Schurend lijken mijn voeten wegen in te slijten
Mijn hakken schijnen het klikken te zijn verleerd
op hun eindeloze toch die nergens lijkt te komen
Heen en weer, als een gekooide tijger
zwiepend met een opgewonden staart maar nooit onderweg
Met mijn handen in mijn zakken
alsof ik mijn eigen heupen wil bewegen
hun doorgaan de ritmische beweging te stoppen
Stap, stap, stap, als een metronoom
zonder vaart te minderen, volhardend, niet te stoppen
Knipperend met mijn ogen die de zon proberen te keren
Mijn wangen die het blozen te lijken zijn vergeten
Wit en rood, als een nog niet volmaakte aardbei
kleurend van zon, maar zonder enige vorm van emotie
Zo vallen tranen over lang vergeten woorden
over gevoelens die geen naam meer kunnen hebben
omdat ze zo lang zijn uitgesproken en verzwegen
over mijn wangen
Met mijn voeten sloffend in het zand, mijn handen in mijn zakken
en mijn gezicht richting de zon
Huil ik mijn leven bij elkaar
Zeeen onder mijn voeten,
Het zout bijt dieper in de wonden dan men ziet of zou verwachten
Ik recht mijn rug
Nogmaals
en maak een glimlach
bekijk het slijten van mijn hakken
het doorhangen van mijn zakken
en besluit te gaan
Laat de tijger los, de metronoom voor wat hij is en de aardbei kleuren
Mens droog je tranen en ga
wie niet durft te gaan en blijft dralen in zijn zonden
Heeft geen kans immers om te leven.
Jip
Dicht een gat in de dag of nacht, of in de middag als je wil...... Dichten kan altijd overal....
zondag 25 september 2011
vrijdag 16 september 2011
Ik kan het altijd.
Ik kan het altijd.
Zelfs als het eigenlijk niet mag.
Meerdere keren achtereen.
Of als ik niet zo'n zin heb,
dan glijdt het evenwel wat minder langs mijn vingers.
Ongecoördineerd en wat rommelig,
Ontstaat er een wat minder fraai schouwspel.
Maar zonder twijfel durf ik ook dan te zeggen;
Ik kan het altijd
O, u gelooft mij niet?
Maar toch u zag het mij
hier boven toch net doen?
Jip
donderdag 15 september 2011
Zeemansgraf
En zo stonden wij tegen over elkaar
de armen gekruist
ogen als kooltjes
en terwijl wij elkaar gezwegen,
en niet gezwegen,
woorden toeschreeuwden
Leken er golven te zijn ontstaan
In mijn boot op onze rustig kabbelende zee
waarop ik dromerig mocht varen
Nog jaren hield ik mij,
soms met een, soms met twee handen
vast aan de stevige mast.
Maar toen die ook begon te bezwijken
onder de buien die uitgestort werden over mijn bootje
En ik,
vol angst raakte
Bang het dek afgezwiept te worden in slagregen of donderklap
Terwijl het zeil mij menigmaal over de ogen viel en de kust
voor mij,
onvindbaar werd
Dreef ik steeds verder af
Dat was het moment
Hakken in het zand en anker uit
gekruiste degens en armen
Niet langer zou ik vasthouden,
loslaten zou ik, met een klap....
viel het doek en de deur
Hoewel ik nooit gedacht had er te komen
was de opluchting om te gaan
groter dan het schip dat ik op gaf
Met gekruiste armen bezie ik ons, mijn, het slagveld
De gewonden staan weer recht
niet ongehavend, ongeschonden maar trots
Zij bouwen nieuwe boten
om zeeen te bevaren
Dit maal met reddingsvest.
Jip
de armen gekruist
ogen als kooltjes
en terwijl wij elkaar gezwegen,
en niet gezwegen,
woorden toeschreeuwden
Leken er golven te zijn ontstaan
In mijn boot op onze rustig kabbelende zee
waarop ik dromerig mocht varen
Nog jaren hield ik mij,
soms met een, soms met twee handen
vast aan de stevige mast.
Maar toen die ook begon te bezwijken
onder de buien die uitgestort werden over mijn bootje
En ik,
vol angst raakte
Bang het dek afgezwiept te worden in slagregen of donderklap
Terwijl het zeil mij menigmaal over de ogen viel en de kust
voor mij,
onvindbaar werd
Dreef ik steeds verder af
Dat was het moment
Hakken in het zand en anker uit
gekruiste degens en armen
Niet langer zou ik vasthouden,
loslaten zou ik, met een klap....
viel het doek en de deur
Hoewel ik nooit gedacht had er te komen
was de opluchting om te gaan
groter dan het schip dat ik op gaf
Met gekruiste armen bezie ik ons, mijn, het slagveld
De gewonden staan weer recht
niet ongehavend, ongeschonden maar trots
Zij bouwen nieuwe boten
om zeeen te bevaren
Dit maal met reddingsvest.
Jip
donderdag 8 september 2011
Anders
Waarom kon je niet een beetje meer
zijn zoals iedereen
Niet paars waar ieder rood kiest
niet krom als alles recht gaat
Niet tegen als de wereld voor lijkt te zijn
Daarom kon je niet een beetje
meer jezelf zijn
Nam je beslissingen die niemand aan zag komen
maar die precies waren
dat wat niemand had verwacht
Jij wilde niet rood, krom en tegen
Maar als het niet mee wil zitten
Kun je soms beter zelf
maar afwijken van dat
Wat je niet zijn kunt
Dus roep ik groen, zodat jij paars kunt zijn
en maak ik bochten die ik zelf niet aan zag komen
Zodat jij je hoofd neer durft te leggen
daar waar ik je kussen zie
Waarom kon jij niet een beetje meer
zijn zoals je wilde zijn
Nu is mijn nu, en allang niet meer het jouwe
Zo anders, had het ook niet gehoeven.
Jip
They say, you know
Life sucks, they say
I think they're right
Life sucks, you know
Big men, have little boys, they say
I think they're right
Big men, lil boys, you know
You'll cope, they say
I think they're right
You'll cope, you know
But then again, they say so much.
I almost forgot to be right myself
I can, you know
and so can you.
Jip
I think they're right
Life sucks, you know
Big men, have little boys, they say
I think they're right
Big men, lil boys, you know
You'll cope, they say
I think they're right
You'll cope, you know
But then again, they say so much.
I almost forgot to be right myself
I can, you know
and so can you.
Jip
woensdag 7 september 2011
Waanzinnige onzin
Ik smeet woorden tegen de muur
Terwijl zij uiteenspatten tegen de ruwe stenen
Maakt mijn hoofd nieuwe
Die als hagelstenen over mijn tong rollen
Tegen mijn tanden kletteren
En de muur bevlekken
Jij kijkt toe, bukt, zwijgt
Zonder een enkel woord te spreken
Maan je mij tot zwijgen
Ik zie mijn eigen onzin weerschijnen in je ogen
Je opent je armen en ik schuil
Voor mijn eigen verdriet en onmacht
De muur maken we schoon, de laatste letters
Vallen met een plof en ik zeg
Dit was de laatste keer
Glimlachend spreek je me tegen met de wijze woorden;
"Maar schat, je bent een vrouw!"
Jip
donderdag 1 september 2011
Ze begrepen
Ze vergaten de dagen, waarin ze moedeloos de wereld zagen draaien
ze omarmden niet langer de lijzigheid waarin zij zich zolang wentelden
Maar ontworstelden zich aan het eigenhandig aangemeten juk
en begrepen hun eigen falen
Niet langer sleepten hun voeten in allang ingeslepen pad
waarin zij de lamlendig waren om de paden te verbreden
en zij zich gemakzuchtig kon schuilhouden
en begrepen hun eigen wanen
Omzichtig namen zij stappen, die duidelijk als glas
en even breekbaar als de doorzichtige scheidslijn
evenwel soms vrijwel onbreekbaar,
en begrepen hun eigen kunnen
Vol moed schraapten zij de resten van een lang vergeten leven
om er in puzzelvorm een mooier geheel van te maken
dat zij langs hun paden tentoonstelden, in een wolk van glazen splinters
en zij begrepen hun eigen inbreng
Maar keerpunt na keerpunt, verstapten zij zich
in onzichtbare gaten en kuilen waar menigeen zich in verstopt had
om daarna met opgeheven hoofd
hun eigen zijn te ontdekken
Ze vergaten de dagen waarin zij niet langer als man en vrouw
een leven deelden
maar omarmden elkaar, smachtend in een niet langer moedeloos gevecht
en begrepen hun liefde
Jip
Abonneren op:
Posts (Atom)